Ted Felen is geboren te Nijmegen op zondag 3 mei 1931.
Na de WOII studeerde hij Monumentale Kunst met de specialisatie; glazenier aan de Academie voor Beeldende Kunsten te Arnhem .
In het begin van de zestiger jaren ontstaat de kunstenaarsgroep "NADA" waarvan Ted Felen deel uitmaakt, samen met Jan Cremer, Klaas Gubbels, Mark Brusse en Rik van Bentum. De "NADA"- groep maakt in korte tijd naam en exposeert in verschillende galeries in Nederland. Ook opent Ted in deze tijd "Gallerie Taurus" te Nijmegen, waar naast het werk van de NADA-groep jonge kunstenaars exposeren als: Armando, Kees van Bohemen, Jan Hendrikse, Henk Peeters, Jan Schoonhoven en Herman de Vries.
Ted Felen exposeert solo in deze periode onder andere in galerie "Nouvelles Images" in Den Haag. Met Herman de Vries en "Gustave" (Asselbergs) vertegenwoordigt hij de provincie Gelderland bij de expositie " Nederlandse abstracten beneden 35 jaar" in het Stedelijk Museum te Amsterdam.
Hij ontvangt een grafiekprijs, uitgereikt door de grafische bond, sectie: "Maas en Waal' voor zijn in linoleum gesneden en in drie kleurendruk uitgebrachte kalenders.
Mede doordat Ted een ernstig
ongeluk had valt de NADA-groep in 1960 uit elkaar.
In de zeventiger en tachtiger jaren bestaat zijn werk vooral uit grote monumentale glas-in-loodramen (o.a. te Quérac in de Médoc en het "Genesis Lichtraam" te IJsselmonde), uit grote muurschilderingen (o.a. voor INTOS te Heyen en voor een ziekenhuis in Togo, Afrika) en mozaïeken (o.a. het Riagg gebouw te Venlo en voor de Britisch Enkalonte te Antrim, Noord Ierland).
In 1980 wordt en in "De Commanderie van Sint Jan" te Nijmegen de tentoonstelling "NADA na twintig jaar" gehouden waarin het belang van de NADA-beweging in de zestiger jaren werd benadrukt.
Daarna is Ted Felen zich weer gaan bewegen in de vrije kunst en op het grafische vlak. In deze discipline vervaardigt hij zeefdrukken en linoleumsneden.
Hij werd uitgenodigd voor twee tentoonstellingen van de biënnale "Grafiek Nu", die eind 1992 begin 1993 werd gehouden in het "Singermuseum" te Laren en eind 1994 in de Nieuwe Kerk te Amsterdam.