10 ONTKLEED Bij deze statie sta ik ineens op een andere manier stil dan bij de vorige. Ik voel mij enigszins overvallen en ontregeld. Coloriet en atmosfeer zijn ingrijpend gewijzigd. Ze komen dichter bij de vroegere staties dan bij de drie voorgaande. In die vroegere was Jezus in gezelschap van mensen die zich weer of opnieuw om hem bekommeren: zijn moeder, Simon van Cyrene, Veronica. En straks bij de kruisafname wordt die lijn doorgetrokken. Is de ontstellende eenzaamheid van de andere staties hier dan wellicht ook weer een ogenblik opgeheven? Jezus heeft hier inderdaad gezelschap. Op het eerste gezicht van de man - een soldaat? een beul? - die hem zo juist ontkleed heeft. Ik meen een klein stukje van Jezus' rode kleed in zijn hand te zien. Maar de man ziet er niet agressief uit, hij buigt zijn hoofd in een zekere deemoed. Zou het misschien Simon zijn, die Jezus geholpen heeft bij het uitkleden? Jezus zelf staat daar, ontdaan van zijn kleren met nauwelijks meer aan dan de doornenkroon. Zijn houding maakt een enigszins wankele en onzekere indruk, en zijn ogen vertonen een zekere gelatenheid. Anderzijds straalt hij in zijn naaktheid en kwetsbaarheid toch ook en onmiskenbaar een zekere waardigheid uit. De houding van zijn handen verhoogt die waardigheid. Hoe langer ik kijk, hoe meer vraagtekens ik krijg. Met als voornaamste vraag: wie is die man die daar bij Jezus staat en wat doet hij nu eigenlijk precies? Ben ik het zelf, aan wie even een blik gegund wordt op de echte Jezus? Of staat daar Ted Felen, die mij als schilder Jezus laat zien, zoals hij was en is? Tenslotte denk ik: hij is dat allemaal tegelijk. Maar dan samengevat in een personage van de kruisiging, waarvan de evangelies pas melding maken als Jezus de geest heeft gegeven: de Romeinse centurio die zijn ogen de kost heeft gegeven en die op het einde verbaasd uitroept: waarachtig, deze man was Gods zoon. En dan staat de man voor iedereen die de kruisweg bidt of hem nadenkend of meevoelend in zich opneemt.