11 AAN HET KRUIS "Aan het kruis met hem!" Dat had het gepeupel staan brullen bij Pilatus. De rode mantel, waar de soldaten straks om gaan dobbelen, Is Jezus als het ware afgestroopt. Zo ligt hij daar nu, ontkleed en welhaast ontvleesd, een mens geworden blauwe plek. De blauwe kleur is zo hard, dat ze geen gevoelens van zacht meeleven of van tederheid toelaat, laat staan mooie gedachten en toepasselijke woorden. De grote expressieve handen, die op de voorgaande staties zo veel tot uitdrukking brachten, zijn weg. Ze vallen buiten de schildering. Jezus is onthand maar in een veel diepere zin dan dit woord zeggen kan. Het lijf van Jezus is van binnen en van buiten niets anders meer dan een bundel pijnscheuten in zich samentrekkende en zich telkens weer ontspannende spastische spierbundels. De zenuwen zijn niet langer in staat hun signalen ordelijk tussen de hersens en de organen heen en weer te sturen. Er is enkel paniek. Alle woorden schieten hier te kort en ook in je gedachten en gevoelens ontstaat er een soort kortsluiting. Een pendant van de kosmische duisternis, waarover de evangelies spreken? Wij horen Jezus nog net de ontstellende woorden kreunen, die ook weer uit Psalm 22 komen: "Mijn God, mijn God, waarom heb je mij verlaten?" Nu schieten niet enkel de woorden tekort. Ook het vermogen om woorden tot zinnen aan elkaar te voegen begeeft het. Het taalsysteem zelf stort in. De chaos heeft de macht overgenomen...