3 EEN GEVALLENE De evangelieverhalen zijn over de weg die Jezus aflegt naar de plaats van de kruisiging opvallend kort en sober. Johannes bijv. zegt niet meer dan: "En met het kruis op zijn rug vertrok hij naar de zogeheten schedelplaats, in het Hebreeuws Golgota". Minder kan nauwelijks. De evangelies roepen Jezus' aanhangers op om hem te volgen op die weg. De christelijke traditie verstond dat op meerdere manieren. De voornaamste is, dat een christen, als de situatie daarom vraagt, bereid is om achter Jezus aan zijn of haar eigen kruis te dragen. Daarnaast heeft men dat ook zó begrepen, dat men met Jezus meeleeft, ook en juist wanneer hij de kruisbalk draagt. Daarom heeft de verbeelding de weg van Jezus naar de plaats van de terechtstelling gevuld met voorvallen, waarin men aanknopingspunten kan vinden voor de gevoelens van meeleven. De meest opvallende zijn zeker, dat de kruisweg niet minder dan drie staties kent, waarop Jezus onderweg ten val komt. Een gevallene. Waarom juist zo dikwijls vallen? Zou het kunnen zijn, omdat vallen zo'n oermenselijke ervaring is die vrijwel altijd schrik en pijn met zich meebrengt? Als kleuter en kind hebben wij allemaal heel wat afgehuild omdat wij ons bij een val bezeerd hadden of geschrokken waren. Daarna was vallen uitzonderlijk, maar bezorgde het ons dan ook des te meer overlast, van een gebroken been of heup tot - ik denk aan een pas overleden collega - een fatale schedelbasisfractuur. En dan spreek ik niet eens over de val van Adam en Eva, die - historisch voorval of niet - in elk geval tot op de dag van vandaag herkenbaar blijft in onze genen. Ieder mens weet dus wel van vallen en van de pijn en paniek die daar veelal bijhoren. Op de statie van de eerste val lijkt Jezus niet in paniek. Integendeel, er lijkt minder pijn en angst dan tijdens de eerste nacht in Getsemane. Ook de kleur en de vlakverdeling verwijzen eerder naar overgave dan naar ontsteltenis.