4 HET KIND, DE MOEDER Voor het eerst doet Jezus op deze statie wat het woord "statie" zegt, hij staat stil. En wel voor een ontmoeting. Geen van de evangelieverhalen maakt melding van dit korte oponthoud. Maar klaarblijkelijk kunnen mensen zich niet voorstellen, dat de moeder op dit cruciale ogenblik ontbreekt. En van oudsher wijdt deze statie dan ook aandacht aan de ontmoeting tussen moeder en kind. Wie als een buitenstaander naar de ontmoeting tussen twee mensen kijkt, kan niet anders dan met de eerste oogbeweging beginnen bij n van de twee. Hier sturen diverse details van de schildering mijn ogen eerst naar Jezus. En bij hem weer eerst naar de ogen en vervolgens naar zijn handen. Ik zie nu pas, dat het kind de handen van de moeder vastpakt en niet omgekeerd. En hoe zacht en vol tederheid doen zijn grote zachte handen dat... Hetzelfde geldt voor de ogen. Zijn ogen troosten die van de moeder, en niet omgekeerd. Wat wij uit de evangelieverhalen al lang konden weten, wordt hier nog eens onderstreept. De tijd van het bemoederen is reeds lang voorbij. Hier probeert het kind me zijn handen en zijn blik de ongeruste en angstige moeder te bemoedigen. De spanning tussen de twee paren ogen en de tedere ontspanning tussen de twee paren handen is mij genoeg. Ik voel geen neiging om met mijn ogen ook nog eens opnieuw de blik van de moeder te volgen. Vergeleken met die van de vorige en van de volgende statie is de kleur van het licht ingehouden en stil, maar zeker niet somber. Ook troost brengt licht en verlichting, al heeft dt licht niet de uitbundigheid die bij het leven hoort.