5 MET TWEEEN ÉÉN Wie gevallen is voelt en weet zich altijd geholpen wanneer iemand opdaagt, die haar of hem terzijde staat met steun. Drie van de evangelies voorzien daarin. Een voorbijganger wordt gedwongen om met zijn boerenknuisten de kruisbalk verder te dragen: "Ze dwongen een voorbijganger, Simon van Cyrene die van zijn akker kwam, de vader van Alexander en Rufus, om zijn kruis te dragen". Ted Felen laat het hier echter niet bij. Hij sluit aan bij latere overleveringen, die ervan gemaakt hebben dat de man Jezus helpt bij het dragen. De man staat Jezus niet terzijde maar loopt achter hem. Samen zetten zij de schouder onder de kruisbalk. Het wordt nu ook de kruisbalk van deze Simon. De statie beeldt tegelijk uit wat Jezus ooit heeft opgedragen aan wie hem wil volgen: "Die dient niet langer zijn eigen zaken te behartigen, maar haar of zijn kruis op te nemen en achter mij aan te gaan". Zo lopen die twee hier de kruisweg. De rekenkundige basis van alle tellen (1 + 1 = 2) is hier niet langer geldig. Één en één krijgen samen veel meer voor elkaar dan twee en blijven tegelijk nog altijd één. Kijk zelf maar naar de twee gezichten. Simon lijkt sprekend op Jezus. Hij is alleen nog niet zo afgemat en moe en is nog niet aangetast door pijn en lijden. De takken van de doornenkroon zijn op deze statie dan ook even in aantal en gewicht verminderd, de strikken van de dood een moment losser geworden.