9 ALS EEN WORM De vrouwen en de massa zijn weer zo ver weg, dat wij ze niet meer zien. Jezus is opnieuw moederziel alleen. Voor de derde keer gevallen. Het houdt niet op. Integendeel, het wordt elke keer erger. Het rode vuur van de pijn gloeit aan de buitenkant minder fel maar van binnen des te intenser. De strikken van de dood zijn intussen echte valstrikken geworden. Ze hebben Jezus ten val gebracht en houden hem tegelijk vast in een schrijnende en verstikkende omhelzing. Zo ligt hij daar, de ogen al gesloten als was er geen sprake meer van opstaan. Wij kunnen aannemen, dat zijn hoofd zo vol is van pijnsignalen, dat er geen plaats meer is voor treffende woorden uit de Schriften, of die nu passen bij dit gruwelijk ogenblik of juist uitzicht bieden op uitkomst. Want beide heeft Jezus vroeger horen voorlezen en soms ook zelf voorgelezen in de synagoge. Maar wat hijzelf niet kon, kunnen wij wel. Dan lezen wij in Jesaja: "Mijn rug heb ik voorgehouden aan die mij wilden slaan, mijn wangen aan hen die mij de baard uitrukten". En in een van de psalmen, die Jezus even dierbaar geweest moeten zijn als de schrijvers van de evangelies en die ook Ted Felen voor de geest moet hebben gestaan toen hij dit schilderde: "Ik ben een worm, niet meer in tel, veracht door het volk, verguisd door de mensen; iedereen die mij ziet lacht en spot met mij". Zo ligt hij hier. Terwijl de veren van een in het verkeer platgereden vogeltje nog iets vertederends hebben, roept een vertrapte worm fysieke afkeer op. Dat ging Ted Felen te ver, omdat hij niet bij die mensen wilde horen die Jezus verguizen. En ik vermoed, dat hij daarom het blauw van "de tweede val" donkerder heeft gemaakt en het rood van de gevallen Jezus heeft afgezwakt. Zo roept Jezus hier meer deernis op dan afkeer.