DE EERSTE NACHT De kruisweg van Ted Felen telt - anders dan gewoonlijk - zestien staties. Daarin komen drie nachten voor. Die brengen ons alle drie met Jezus buiten de stad. De eerste nacht in een tuin met de naam "Getsemane", dat olijfpers betekent. Tot op dit moment was Jezus volgens de evangelieverhalen onverschrokken en met opgeheven hoofd zijn gewelddadige dood tegemoet getreden. Nu voelt hij zich als in een oliemolen volledig uitgeperst. Sommige jongere handschriften vermelden zelfs, dat het zweet in de vorm van bloed uit zijn hoofd op de grond drupt. Deze eerste nacht is de meest turbulente en zwarte van alle drie. Voor Jezus zelf is het pikdonker. Er is even geen enkel uitzicht meer. Het is zo erg, dat hij zich afzondert van zijn vrienden en in die eenzamheid ten prooi valt aan wanhoop die hem dreigt te overmeesteren. Zo ligt hij op de grond tussen de olijftakken. Die doen even denken aan de zegswijze over de man die de tak afzaagt waarop hij gezeten is. Het triomfale van de takken waarmee Jezus onder gejuich is binnengehaald in Jeruzalem, is in zijn tegendeel verkeerd. De moed is Jezus volkomen ontzonken. Hij smeekt en bidt om gespaard te blijven, mens geworden doodsangst. Dat moment is in deze statie vastgelegd. Jezus' blik is verwilderd en wanhopig. De handen graaien in het niets, de voeten voelen nergens meer grond. Hij is in alle opzichten ge´soleerd en alleen, moederziel alleen. En de vader? Die heeft hij wel aangeroepen. Maar terwijl zijn vrienden nog aanspreekbaar zijn, laat zich uit de hemel geen enkele stem horen, zoals twee keer daarvˇˇr wel het geval was. Wranger kan nauwelijks.